// ARK

Een ARK-cluster opzetten: meerdere maps, één tribe

Een ARK-cluster opzetten: meerdere maps, één tribe

Eén ARK-map is al een wereld op zich, maar na een paar maanden kennen je spelers elke grot en elke drop-locatie. Een cluster lost dat op zonder dat iemand opnieuw hoeft te beginnen: meerdere ARK-servers met verschillende maps, gekoppeld tot één geheel. Je tribe houdt zijn hoofdbasis op The Island, farmt op Ragnarok en waagt zich met dezelfde survivors en dino's in de diepten van Aberration. In deze gids zetten we zo'n cluster op, stellen we de transfers in en lopen we de valkuilen langs, want die zijn er.

Wat is een cluster precies?

Een cluster is een groepje ARK-servers dat dezelfde cluster-id deelt. Binnen dat groepje kunnen spelers hun survivor, items en dino's op de ene server uploaden en op een andere weer downloaden. Levels, engrams en tames reizen dus mee met de speler; de bases zelf blijven staan op de map waar ze gebouwd zijn, want elke server houdt gewoon zijn eigen savegame. Technisch werkt dit via een gedeelde clustermap waarin alle geüploade data staat. Dat betekent ook dat alle servers van je cluster bij dezelfde hoster moeten draaien; twee losse servers bij verschillende partijen kun je niet aan elkaar knopen. Bij MC-Node stel je de cluster-id per server in, en onze support denkt mee als je er niet uitkomt.

Waarom je een cluster wilt

  • Meer content zonder wipe. Elke map heeft eigen biomen, creatures en engrams; denk aan de woestijn van Scorched Earth of de ondergrondse wereld van Aberration. Een extra map toevoegen geeft je community iets nieuws zonder dat er iets verloren gaat.
  • Spreiding van load. Twintig spelers op één server is zwaarder dan twee keer tien op twee servers. Een cluster verdeelt spelers, bases en tames over meerdere machines, en juist ARK-werelden worden met de maanden steeds zwaarder.
  • Ruimte voor smaken. Per server kun je andere rates of regels draaien: een relaxte bouwmap naast een uitdagende avontuurmap, binnen dezelfde community en met dezelfde karakters.

Zo werkt een transfer in de praktijk

Spelers reizen via de obelisken, supply drops of een Tek Transmitter. Daar uploaden ze hun survivor, items en dino's naar het cluster; op de bestemmingsserver doen ze bij een obelisk of transmitter het omgekeerde. Grote dino's hoeven overigens niet los geüpload te worden: in een cryopod telt een dino als item, en dat maakt verhuizen een stuk minder gedoe.

Twee dingen moet elke speler weten. Eén: geüploade items en dino's blijven maar zo'n 24 uur in het cluster bewaard. De upload is een doorgeefluik, geen opslagkluis; wat je er laat hangen, ben je kwijt. Twee: niet alles mag mee. Sommige grondstoffen, zoals element, zijn standaard aan hun map gebonden. Zet die twee regels prominent in je Discord, want hier komen de meeste vragen (en drama's) vandaan.

De instellingen die overdracht regelen

Per server bepaal je met een setje instellingen wat er in en uit mag. De belangrijkste:

PreventUploadSurvivors=False
PreventUploadItems=False
PreventUploadDinos=False
PreventDownloadSurvivors=False
PreventDownloadItems=False
PreventDownloadDinos=False
noTributeDownloads=false

Let op de dubbele ontkenning: False betekent hier dat het wél mag. Met deze vlaggen stuur je per map. Wil je bijvoorbeeld een uitdagende map waar spelers niet met eindgame-uitrusting en topdino's binnen komen wandelen, dan zet je daar alleen de download van items en dino's dicht en laat je survivors gewoon toe. Zo houdt elke map zijn eigen karakter binnen hetzelfde cluster.

Eerst testen, dan aankondigen

Zet het cluster niet live met een grote aankondiging voordat je het zelf getest hebt. Loop de hele route één keer na met een wegwerp-item en een goedkope dino: uploaden bij een obelisk op map één, downloaden op map twee, en weer terug. Klopt er iets niet, bijvoorbeeld doordat de cluster-id op één server net anders gespeld is of een Prevent-vlag verkeerd staat, dan ontdek jij dat nu met een steen in je inventory in plaats van een speler met zijn beste dino. Werkt alles, maak dan van alle servers een verse back-up en zet pas daarna de deuren open.

De valkuilen

  • Crashes tijdens een transfer. Gaat een server onderuit precies terwijl iemand met volle inventory reist, dan kunnen items of in het ergste geval een survivor beschadigd raken of verdwijnen. Helemaal uitsluiten kan niet; de schade beperken wel, met regelmatige back-ups op álle servers van het cluster en het advies aan spelers om waardevolle spullen thuis te laten als ze niet per se mee hoeven.
  • Een wipe op één map raakt iedereen. Wil je één map van het cluster resetten, kondig dat dan ruim van tevoren aan, zodat spelers hun dino's en spullen naar een andere map kunnen brengen. Dat is meteen het mooie van een cluster: een wipe hoeft geen totaalverlies te zijn.
  • Mods moeten kloppen. Een item uit een mod kan niet gedownload worden op een server die die mod niet draait. De veiligste route is dezelfde modlijst op het hele cluster; wijk je daarvan af, wees dan glashelder naar je spelers over wat er achterblijft.

Hoeveel servers is realistisch?

Groter is niet automatisch beter. Elke extra map is een extra server die geheugen kost, geüpdatet moet worden en gevuld moet aanvoelen. ARK is bovendien geen lichte kostganger: reken per server op serieus RAM, zeker op maps met veel bases en tames. Voor de meeste communities is twee maps daarom het ideale startpunt: genoeg variatie, overzichtelijk beheer. Groei pas door naar drie of vier als je spelersbestand dat draagt, want vier halflege servers voelen doodser aan dan twee goedgevulde. Financieel hoeft het geen struikelblok te zijn: bij MC-Node huur je een ARK-server al vanaf € 3,00 per maand, op eigen hardware met NVMe-opslag en DDoS-bescherming, en alles is maandelijks opzegbaar. Een map die niet aanslaat, zeg je dus gewoon weer op. Bekijk de mogelijkheden in de ARK-store.

Verder lezen

// ZELF PROBEREN
Je Minecraft-server binnen 60 seconden online
Bekijk de pakketten →