Dynmap en BlueMap: een live kaart van je wereld op internet
Een live webkaart laat bezoekers je Minecraft-wereld in de browser bekijken, met de online spelers als bewegende iconen erop. Dynmap tekent je wereld als platte 2D-tegels en heeft veruit de meeste instelmogelijkheden; BlueMap bouwt een 3D-model dat je in de browser kunt draaien en inzoomen. Beide zijn gratis, beide bestaan voor Paper en Purpur en voor Forge, NeoForge en Fabric, en bij beide geldt hetzelfde patroon: de eerste volledige render is zwaar en kan uren duren, daarna zijn de updates licht.
Wat zie je eigenlijk op zo'n kaart?
De kaart is een gewone website die je server zelf uitserveert. Je ziet het terrein zoals het in de wereldbestanden staat: gebouwen, wegen, spoorlijnen, alles wat ooit is neergezet in een chunk die gerenderd is. Daaroverheen komt een laag met live informatie: spelerkoppen op hun huidige positie, en vaak markers voor warps, shops of claims.
Dynmap kan daarnaast de chat doorgeven, zodat bezoekers op de website meelezen en vanaf de kaart meepraten. BlueMap richt zich sterker op de weergave zelf: je vliegt door een 3D-model inclusief hoogteverschillen, wat voor een bouwserver indrukwekkender is dan een plat plaatje. Beide staan niet voor niets in ons overzicht van de plugins die de meeste servers echt draaien.
Dynmap of BlueMap: wat is het verschil?
De keuze gaat minder over welke beter is en meer over wat je bezoekers gebruiken.
| Punt | Dynmap | BlueMap |
|---|---|---|
| Weergave | 2D-tegels, meerdere perspectieven per wereld | 3D-model dat je kunt draaien en kantelen |
| Bezoeker heeft nodig | Vrijwel elke browser, ook oude telefoons | WebGL en een redelijk moderne telefoon of pc |
| Opslag | Losse afbeeldingen per zoomniveau en perspectief | Modeldata en texturen per kaart |
| Instellingen | Zeer uitgebreid: markers, webchat, permissies | Compacter: een conf-bestand per kaart |
| Standaardpoort | 8123 | 8100 |
| Past bij | Survival- en communityservers | Bouwservers en creatieve werelden |
Draai ze niet allebei tegelijk op dezelfde server: je betaalt dan twee keer de renderkosten en twee keer de schijfruimte voor precies dezelfde wereld. Twijfel je, test ze dan achter elkaar.
Waarom is de eerste render zo zwaar?
Een fullrender leest elke chunk van elke wereld die je meeneemt, berekent per blok welke textuur en welk licht erop hoort, en schrijft dat naar schijf, op dezelfde machine waarop je server draait. Start je zo'n render terwijl er spelers online zijn, dan zakt de TPS en laden chunks trager. Op een pack als All the Mods 10, met 400 tot 500 mods en minimaal 10 GB RAM, is dat meteen voelbaar.
- Draai de eerste fullrender 's nachts of op een moment dat er niemand speelt.
- Zet het aantal renderthreads laag. Dynmap regelt dat via
parallelrendercnten de pauze tussen tegels viarenderintervalinconfiguration.txt; BlueMap heeftrender-thread-count. - Pauzeer tussentijds met
/dynmap pause allof/bluemap freeze. - Kijk met spark of de vertraging echt van de render komt. In het artikel over je server optimaliseren staat hoe je dat leest.
Zodra die eerste render klaar is, worden alleen nog chunks bijgewerkt waar iets veranderd is. Dat merk je in de praktijk niet meer, tenzij iemand met WorldEdit in een klap een half continent verzet.
Hoeveel schijfruimte kost een kaart?
Meer dan mensen verwachten, en een vast getal is er niet: het hangt af van hoeveel oppervlak je rendert, hoeveel zoomniveaus je bewaart en hoeveel perspectieven je aanzet. De vuistregel is dat de kaartmap makkelijk in dezelfde orde van grootte komt als je wereldbestanden zelf, en bij een wereld waarin veel is rondgereisd zelfs groter. Elk extra perspectief bij Dynmap is in feite een tweede complete set tegels. Daarom is het begrenzen van het rendergebied belangrijker dan de vraag welke plugin je kiest.
Hoe begrens je het gebied dat gerenderd wordt?
- Bepaal welk gebied er echt toe doet. Voor de meeste survivalservers is een straal rond spawn genoeg.
- Zet een worldborder op ongeveer datzelfde gebied, zodat kaart en speelveld gelijk lopen en er niets buiten je zicht aangroeit.
- Bij Dynmap: gebruik
/dynmap radiusrendermet een straal in plaats van een volledige fullrender, of leg de grenzen vast metvisibilitylimitsinworlds.txt. - Bij BlueMap: zet
min-x,max-x,min-zenmax-zin het conf-bestand van die kaart voordat je de render start. - Sluit werelden uit die je niet wilt tonen. De Nether en de End kun je in beide plugins weglaten, en dat scheelt behalve schijfruimte ook informatie die je liever niet publiek maakt.
Doe dit voor de eerste render. Achteraf grenzen instellen betekent dat je de al gegenereerde tegels handmatig moet opruimen.
Verraadt een publieke kaart de bases van je spelers?
Ja, en dat is geen theoretisch risico. Wie de link heeft, ziet elk bouwwerk in het gerenderde gebied liggen, inclusief de paadjes ernaartoe. Live spelericonen maken het erger: iemand die niet eens ingelogd is, ziet waar spelers zitten en komt precies aan wanneer een base leeg staat. Wat servers daaraan doen:
- De coördinaatweergave uitzetten. Dat is cosmetisch, want herkenbare bouwsels vindt iemand alsnog terug door in-game te zoeken.
- Spelers standaard verbergen en ze zelf laten kiezen. Dynmap heeft daarvoor
hidebydefaulten een verbergcommando dat je via LuckPerms aan een rang koppelt; BlueMap kan sluipende, onzichtbare en gevanishte spelers weglaten. - Alleen de overworld publiceren. Nethertunnels verraden waar bases liggen, want de verhouding tussen de dimensies kan iedereen narekenen.
- Alleen het spawngebied renderen. Voor een kaart die nieuwe spelers de weg wijst naar shops en warps is dat vaak genoeg.
- De kaart niet publiek maken, maar alleen voor staff bereikbaar houden achter wachtwoordbeveiliging op de webserver ervoor.
Op een PvP- of raidgerichte server is een publieke live kaart bijna altijd de verkeerde keuze. Bedenk ook dat je spelernamen en skins publiek maakt van mensen die daar niet om gevraagd hebben.
Hoe maak je de kaart bereikbaar via een poort of subdomein?
Beide plugins draaien een eigen kleine webserver die vanaf internet bereikbaar moet zijn:
- Voeg in het Pterodactyl-paneel onder Network een extra allocatie toe. Je krijgt dan een tweede poortnummer naast je Minecraft-poort.
- Zet dat poortnummer in de webserversectie van Dynmap of BlueMap en herstart de server.
- Test met
http://jouw-ip:poortin de browser. Zie je de kaart, dan werkt de plugin. - Maak een subdomein aan zoals
kaart.jouwserver.nl. Een A-record naar het IP werkt, maar bezoekers moeten dan nog steeds het poortnummer intypen. - Voor een URL zonder poortnummer zet je er een reverse proxy voor, bijvoorbeeld nginx of Caddy op een eigen VPS, die verkeer op poort 443 doorstuurt naar de kaartpoort. Meteen inclusief HTTPS.
Sommige bedrijfs- en schoolnetwerken blokkeren ongebruikelijke poorten, dus een subdomein op 443 bereikt meer mensen. Je zet bovendien een extra publieke poort open die geen Minecraft-verkeer afhandelt: lees hoe DDoS-aanvallen op een game-server werken en zorg dat die poort ook onder je bescherming valt.
Wanneer kun je beter geen webkaart draaien?
Als je server al krap zit, is de kaart het eerste wat je schrapt. All the Mods 10 vraagt op zichzelf al minimaal 10 GB RAM en 14 tot 16 GB bij vijf of meer spelers; een fullrender daarbovenop tijdens speeluren is vragen om lag.
Zit je op een modpack, test dan eerst of modblokken goed getekend worden. Beide plugins kennen vanilla-blokken van binnenuit, maar wat mods toevoegen moet uit de mod-assets komen en dat lukt niet altijd netjes. Wil je alleen voor jezelf een plattegrond, dan is een client-side minimap of BlueMap als losse commandline-tool op een kopie van de wereld verstandiger: dan belast je je server niet. Voor Paper-servers die alleen een lichte 2D-plattegrond willen, is squaremap een uitgeklede maar zuinige derde optie.
Houd verder in de gaten dat kaartplugins tijd nodig hebben om nieuwe Minecraft-versies te ondersteunen. Sinds de overstap naar jaargebaseerde versienummers, met 26.1 in maart 2026 en 26.2 in juni 2026, blijft een deel van de servers voorlopig op 1.21 zitten, nog altijd de meest gespeelde versie op Nederlandse servers. Wil je zo'n render rustig laten lopen zonder je speelserver te hinderen, dan is een aparte server ernaast niet duur: bij Minecraft-hosting bij MC-Node kost de budgetlijn 1,10 euro per GB RAM per maand, dus 4 GB komt uit op 4,40 euro.
Veelgestelde vragen
Kost een webkaart veel RAM? Het zwaartepunt ligt niet bij RAM maar bij CPU en schijf. De render rekent en schrijft veel, en de tegels of modeldata blijven daarna permanent op je opslag staan. Reken wel op wat extra ruimte bovenop wat je pack al nodig heeft, en bedenk dat All the Mods 10 op zichzelf al minimaal 10 GB vraagt.
Kan ik Dynmap en BlueMap tegelijk draaien? Technisch kan het, maar je rendert dan dezelfde wereld twee keer en bewaart twee complete kaartsets. Op een productieserver is dat zonde van de CPU-tijd en de schijfruimte. Kies er een, en gebruik hooguit tijdelijk allebei om te vergelijken.
Werken deze kaarten ook op modpacks? Ja, beide bestaan in versies voor Forge, NeoForge en Fabric, dus ook voor een pack als All the Mods 10 op NeoForge en Minecraft 1.21.1 met Java 21. Blokken die door mods zijn toegevoegd worden alleen niet altijd correct getekend, dus test dat op een kopie voordat je een render van uren start.
Hoe verberg ik spelerposities op de kaart? Bij Dynmap zet je hidebydefault aan en geef je spelers via LuckPerms toegang tot het verbergcommando, zodat ze zelf kiezen. BlueMap kan sluipende, onzichtbare en gevanishte spelers automatisch weglaten. Wil je echt weinig prijsgeven, publiceer dan alleen het spawngebied en laat de Nether weg.
Zien Bedrock-spelers de kaart ook? Ja, want de kaart is gewoon een website en staat los van de client waarmee je speelt. Wie via Geyser met Floodgate op je Java-server meespeelt, opent dezelfde URL in een browser. Daar is geen aparte instelling voor nodig.