Een eigen domein voor je Minecraft-server: SRV-records uitgelegd
"Join maar op 203.0.113.10:25607." Het werkt, maar het bekt voor geen meter, niemand onthoudt het, en als je server ooit verhuist mag je iedereen persoonlijk het nieuwe adres nasturen. Vergelijk dat met speel.jouwdomein.nl: makkelijk te onthouden, professioneel, en jij bepaalt waar het naartoe wijst. Het enige wat ertussen zit is een beetje DNS-werk — en vooral één recordtype dat buiten Minecraft-kringen nauwelijks iemand kent: het SRV-record.
Waarom een eigen domein?
Het eerste voordeel is simpel: speel.jouwdomein.nl onthoudt iedereen, een reeks cijfers met een dubbele punt niemand. Het staat beter op je Discord, je website en overal waar je je server promoot. Maar het grootste voordeel zit onder de motorkap: het adres is van jóú. Verhuist je server ooit naar een ander pakket of een ander IP, dan pas je één DNS-record aan en merkt geen speler er iets van. Zonder domein raak je bij zo'n wijziging gegarandeerd spelers kwijt die het nieuwe adres missen.
Eerlijk: voor een besloten servertje met drie vrienden is een IP prima te doen. Een domein kost een paar euro per jaar en wordt vooral de moeite waard zodra je server een naam, een community of groeiplannen heeft.
Hoe A- en SRV-records samenwerken
DNS is het telefoonboek van internet. Een A-record koppelt een naam aan een IP-adres: speel.jouwdomein.nl wijst naar 203.0.113.10. Maar een A-record kan één ding niet: een poort meegeven. En daar knelt het, want gehoste Minecraft-servers draaien lang niet altijd op de standaardpoort 25565.
Daarvoor bestaat het SRV-record. Als een Java-speler een adres intypt, kijkt de client éérst of er een SRV-record bestaat op _minecraft._tcp. gevolgd door dat adres. Zo ja, dan staat dáár welke poort en welke hostnaam er werkelijk gebruikt moeten worden. De speler merkt er niets van: die typt speel.jouwdomein.nl, zonder poort, en komt gewoon binnen.
Draait je server toevallig wél op poort 25565, dan is een A-record alleen al genoeg; het SRV-record wordt pas nodig bij elke andere poort. En belangrijk voor crossplay-servers: Bedrock kent geen SRV-records. Bedrock-spelers vullen adres en poort los van elkaar in.
Stap voor stap
- Regel een domein. Heb je er al één (bijvoorbeeld voor de website van je community), dan gebruik je gewoon een subdomein daarvan. Zo niet: elke registrar verkoopt je er een voor een paar euro per jaar.
- Zoek het IP en de poort van je server op. Die staan in je paneel; zie ook het cijfer-IP van je server vinden.
- Open het DNS-beheer bij de partij waar je je domein beheert.
- Maak een A-record aan voor je subdomein, wijzend naar het IP van je server.
- Maak het SRV-record aan dat de poort erbij vertelt.
Concreet ziet dat er zo uit (met een voorbeeld-IP en -poort):
Type Naam Waarde
A speel 203.0.113.10
SRV _minecraft._tcp.speel prioriteit 0, gewicht 5, poort 25607, doel speel.jouwdomein.nlDe velden prioriteit en gewicht mag je op 0 en 5 laten staan; ze doen pas iets als je meerdere SRV-records naast elkaar zet. Het doel moet altijd een hostnaam zijn waar een A-record op bestaat — nooit een kaal IP-adres, want dat is in een SRV-record ongeldig. Voor MC-Node-servers staat dit ook stap voor stap uitgelegd in de kennisbank: een Minecraft-speeldomein instellen.
TTL en geduld
Elk DNS-record heeft een TTL, "time to live": het aantal seconden dat andere DNS-servers jouw antwoord mogen onthouden voordat ze opnieuw komen kijken. Staat je TTL op 3600, dan kan een wijziging dus tot een uur onderweg zijn. In de praktijk zie je nieuwe records vaak al binnen minuten, maar reken nergens op. Twee praktische tips. Eén: zet de TTL laag (bijvoorbeeld 300) terwijl je aan het instellen en testen bent; daarna mag hij weer omhoog. Twee: ga bij problemen niet vijf dingen tegelijk aanpassen — elke wijziging brengt zijn eigen wachttijd mee en je weet al snel niet meer wat wat was. Controleer je records rustig op tikfouten, wacht de TTL af en test dan pas opnieuw.
Veelgemaakte fouten
- Een poort in het A-record willen zetten. Dat veld bestaat simpelweg niet; poorten horen in het SRV-record thuis.
- Het SRV-record vergeten bij een niet-standaardpoort. "Bij mijn vriend werkte een A-record ook" — dan draaide die server op 25565. Elke andere poort heeft het SRV-record nodig.
- Een IP-adres als SRV-doel. Het doelveld verwacht een hostnaam. Maak eerst het A-record aan en laat het SRV-record daarnaar wijzen.
- Proxy- of CDN-functies aan laten staan. Sommige DNS-beheerders kunnen verkeer via hun eigen netwerk laten lopen; dat is bedoeld voor websites en breekt Minecraft-verkeer. Zet records voor je server op "DNS only".
- Te vroeg testen. Je eigen pc kan het oude antwoord nog in de cache hebben. Wacht de TTL af voordat je concludeert dat het niet werkt.
Een subdomein per server
Draai je meerdere servers — of groei je richting een netwerk — dan geeft een domein je meteen structuur: survival.jouwdomein.nl, creative.jouwdomein.nl, skyblock.jouwdomein.nl, elk met een eigen A- en SRV-record naar de juiste server en poort. Bouw je later een netwerk met een proxy zoals Velocity, dan wordt het hoofdadres de ingang voor alles en kun je subdomeinen gebruiken om spelers direct op de juiste deelserver te laten binnenkomen. Het principe blijft in alle gevallen hetzelfde: A-record voor het IP, SRV-record voor de poort.
Nog geen server om een domein aan te hangen? Een Minecraft-server bij MC-Node begint vanaf €0,50 per maand (reken op ±€1,10 per GB RAM) en draait op eigen hardware met NVMe-opslag in het Previder-datacenter in Hengelo, inclusief DDoS-bescherming en maandelijks opzegbaar. Het IP en de poort voor je DNS-records vind je direct in je paneel.