// Minecraft

Modpack op je server installeren: van CurseForge tot draaiend

Modpack op je server installeren: van CurseForge tot draaiend

Een modpack op je server zetten doe je met de serverfiles van precies dezelfde packversie die je spelers in hun launcher hebben, gestart met de Java-versie die bij de Minecraft-versie hoort: Java 21 voor 1.21 en de nieuwere 26.x-releases, Java 17 voor 1.17 tot en met 1.20.4, en Java 8 voor 1.12.2 en ouder. Een zware pack als All the Mods 10 (NeoForge, Minecraft 1.21.1, 400 tot 500-plus mods) vraagt minimaal 10 GB RAM en laadt op een SSD in 2 tot 3 minuten, tegenover 10 minuten of meer op een harde schijf. Gaat het mis, dan zit het bijna altijd in vijf dingen: verkeerde Java, te weinig geheugen, client-only mods op de server, een verkeerde loaderversie of een wereld uit een ander pack.

Wat is het verschil tussen een clientpack en een serverpack?

Het pack dat je in CurseForge, Modrinth, de FTB App of ATLauncher installeert is het clientpack. Dat bevat alles wat jouw pc nodig heeft, inclusief mods die op een server niets te zoeken hebben: shaders, minimaps, HUD-uitbreidingen en menu-aanpassingen. Zet je die map ongewijzigd op een server, dan stopt hij meestal al voordat de wereld geladen is.

Het serverpack is hetzelfde pack, maar gestript: de makers halen de client-only mods eruit, laten de configs staan en leggen er startscripts of een installer bij. Niet elk pack heeft er een nodig. Fabulously Optimized is puur prestatiegericht (Sodium, Lithium en verwanten, ruim 12 miljoen downloads op Modrinth) en verandert de spelwereld niet, dus die speel je gewoon op een normale Paper-server. Voeg je echte content toe, zoals All the Mods 10 of RLCraft, dan moet de server per definitie mee. Weet je nog niet hoe packs in elkaar zitten, lees dan eerst wat een modpack is en hoe je hem als speler installeert.

Waar haal je de serverfiles vandaan?

  • CurseForge: open de packpagina, ga naar het tabblad Files en kijk of bij het bestand dat je wilt draaien een aparte Server Pack-download hangt. Die hoort bij dat ene bestand, dus pak altijd de serverfiles van dezelfde versie als je client.
  • Modrinth: packs komen als .mrpack. Sommige makers zetten er een serverbestand naast; anders laat je het .mrpack door een installer uitpakken die de mods zelf ophaalt.
  • FTB App: FTB-packs hebben een eigen server-installer die je op de server uitvoert; die haalt loader en mods zelf binnen.
  • ATLauncher: bij de meeste packs kun je de serverbestanden direct downloaden of vanuit de launcher exporteren.

Is er geen serverpack, dan bouw je hem zelf: installeer de loader in exact de versie die het pack noemt, kopieer mods en config uit het clientpack en haal daarna de client-only mods eruit. Reken op een paar startpogingen voordat je de laatste te pakken hebt.

Hoe zet je het pack op een Pterodactyl-paneel?

Deze stappen gelden voor Pterodactyl en voor vrijwel elk paneel dat daarop gebaseerd is.

  1. Zet de server uit. Uploaden of uitpakken terwijl hij draait geeft half geschreven bestanden.
  2. Kies de juiste egg (Forge, NeoForge of Fabric) en zet de Docker-image op de Java-versie die bij je Minecraft-versie hoort. Deze instelling wordt het vaakst vergeten.
  3. Upload het zip-bestand van het serverpack via de bestandsbeheerder, of via SFTP als het groot is. Upload het archief, niet de losse mods: stuk voor stuk uploaden duurt eindeloos.
  4. Pak het archief uit in het paneel en controleer of mods, config en de loaderbestanden in de hoofdmap staan en niet in een extra submap. Die dubbele map is een klassiek struikelblok.
  5. Draai de meegeleverde installer als die er is. Moderne Forge- en NeoForge-versies starten niet meer via een enkele jar, maar via een argumentbestand onder libraries (unix_args.txt). Kijk in het startscript welke regel daar staat en neem die over in je startcommando.
  6. Zet eula=true in eula.txt, of vink de EULA aan in het paneel.
  7. Start en kijk mee in de console. De eerste start duurt minuten en genereert alle configs; pas daarna heeft het zin instellingen aan te passen.

Welke Java-versie hoort bij welke Minecraft-versie?

Een verkeerde Java-versie is de nummer een reden dat een modpackserver meteen weer afsluit, meestal met een UnsupportedClassVersionError in de console.

Minecraft-versieJavaVoorbeeld
26.1 "Tiny Takeover", 26.2 "Chaos Cubed" en de 26.3-snapshotsJava 21nieuwe NeoForge- en Fabric-packs
1.21.xJava 21All the Mods 10 (1.21.1, NeoForge)
1.17 tot en met 1.20.4Java 17Create: Astral (Fabric 1.18.2)
1.12.2 en ouderJava 8RLCraft (Forge 1.12.2)

Nieuwer is hier niet beter: All the Mods 10 vereist Java 21 en start niet op Java 17, terwijl RLCraft juist Java 8 nodig heeft. Zit je pack tussen twee rijen in, kijk dan in de packbeschrijving; de vereiste Java-versie staat er bijna altijd bij.

Hoeveel RAM heb je nodig?

Grote packs zijn geheugenvreters, omdat elke mod eigen blokken, items en recepten registreert. Onder de aanbeveling gaan werkt zelden: de server komt wel op, maar hangt tijdens het laden of loopt er na een uur alsnog op vast.

SituatieRAM
All the Mods 10, solo of testserver10 GB (minimum)
All the Mods 10, kleine groep vrienden12 GB
All the Mods 10, 5 spelers of meer, veel automatisering14 tot 16 GB
Cobblemon-pack4 tot 8 GB
Oudere Pixelmon-server10 tot 12 GB

Let op het verschil tussen je pakketgrootte en je Java-heap: de JVM gebruikt naast de heap ook geheugen voor threads en native libraries, dus zet -Xmx niet gelijk aan je volledige pakket. Optimalisatiemods helpen daarnaast echt: op NeoForge levert FerriteCore 30 tot 40 procent minder geheugengebruik op, en Canary en ModernFix schelen laadtijd en tickdruk. Meer daarvan staat in ons artikel over het optimaliseren van je Minecraft-server. Wil je het geheugen gewoon inkopen: bij Minecraft-hosting bij MC-Node kost de budgetlijn 1,10 euro per GB per maand, waarbij 15 GB net iets lager ligt en uitkomt op 15,00 euro per maand, inclusief NVMe-opslag, automatische back-ups en het Pterodactyl-paneel.

Welke vijf fouten gaan het vaakst mis?

  1. Verkeerde Java-versie. De server sluit binnen enkele seconden af en de console noemt een class-versiefout. Wissel de Docker-image en start opnieuw.
  2. Te weinig RAM. Het laden blijft steken of de console meldt geheugengebrek. Meer geheugen helpt, maar repareert geen mod die geheugen lekt: meet eerst voordat je blijft bijkopen.
  3. Client-only mods in de servermap. Shaders, minimaps en HUD-mods crashen de server tijdens het laden. De crashlog noemt bijna altijd de naam; haal die uit mods en probeer opnieuw.
  4. Verkeerde loaderversie. Forge, NeoForge en Fabric hebben per pack een specifieke build. Nieuwer is geen upgrade maar een incompatibiliteit; neem exact het buildnummer over dat het pack noemt.
  5. Een wereld uit een ander pack. Chunks verwijzen dan naar blok- en item-ID's die in jouw pack niet bestaan, je krijgt missing registry entries en spelers zijn hun inventaris kwijt. Zet alleen werelden terug uit hetzelfde pack en dezelfde versie.

Waarom moeten client en server dezelfde packversie draaien?

Mods draaien aan beide kanten. Bij het verbinden vergelijken client en server hun modlijst; verschilt die, dan word je meteen teruggestuurd. Een pack updaten is daarom een gezamenlijke actie: eerst de server, dan iedereen tegelijk, en niet midden in een speelsessie. Dat is het grote verschil met plugins, die alleen server-side draaien en waarvoor spelers niets hoeven te installeren; welke dat zijn lees je in ons overzicht van de beste Minecraft-plugins.

Hoe controleer je of het gelukt is?

Loop deze vier dingen na voordat je de server aan je spelers geeft.

  • De console. Zoek de regel Done met daarachter de laadtijd en For help, type "help". Blijft die uit, dan is de server niet opgestart.
  • Het aantal geladen mods. De loader meldt hoeveel mods hij laadde; ligt dat ver onder wat het pack claimt, dan zijn er mods overgeslagen.
  • Verbinden met exact hetzelfde pack. Kom je erin, en staan de pack-specifieke items en blokken in de creatieve inventaris?
  • Tickrate en geheugen. Een lege server hoort rond 20 TPS te draaien. Zit het geheugen direct na de start al tegen het plafond, dan is je pakket te klein.

Werkt alles, maak dan meteen een back-up voordat spelers erin gaan. Die eerste back-up van een schone, werkende installatie is degene waar je later blij mee bent.

Veelgestelde vragen

Hoeveel RAM heb ik nodig voor All the Mods 10? Minimaal 10 GB, 12 GB voor een kleine groep vrienden en 14 tot 16 GB bij vijf spelers of meer of veel automatisering. ATM10 draait op NeoForge voor Minecraft 1.21.1 met 400 tot 500-plus mods, dus lager dan 10 GB heeft geen zin.

Werkt Java 17 ook voor een 1.21-pack? Nee. Voor Minecraft 1.21 en de nieuwere 26.x-versies heb je Java 21 nodig; All the Mods 10 start niet op Java 17. Java 17 hoort bij 1.17 tot en met 1.20.4 en Java 8 bij 1.12.2 en ouder, zoals RLCraft.

Moet iedereen hetzelfde modpack installeren? Ja, en in exact dezelfde versie. Mods voegen blokken, items en dimensies toe die op server en client geregistreerd moeten zijn; wijkt de modlijst af, dan word je bij het verbinden geweigerd. Plugins op Paper of Purpur werken anders: die draaien alleen server-side.

Waarom duurt de eerste start zo lang? Een pack met 400 tot 500-plus mods bouwt bij de eerste start alle configs en registries op. Op een harde schijf kost dat 10 minuten of meer, op een NVMe-SSD 2 tot 3 minuten. FerriteCore, Canary en ModernFix helpen op NeoForge verder.

Kan ik mods en plugins combineren? Niet zomaar. Mods draaien op Forge, NeoForge of Fabric, plugins op Bukkit-varianten zoals Paper en Purpur. Hybride serversoftware bestaat, maar loopt vaak achter en breekt bij updates; blijf voor een stabiele modpackserver bij de loader die het pack voorschrijft.

Verder lezen

// ZELF PROBEREN
Je server binnen 60 seconden online
MC-Node →